Jan Brueghel I

Jan Brueghel I, ‘Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen’Jan Brueghel I is een in Brussel geboren schilder en tekenaar. Hij stamt uit een kunstenaarsfamilie en is samen met zijn oudere broer Pieter II (1564-1638) een zoon van Pieter Bruegel I (1526/30-1569). Zelf is hij de vader van de kunstenaars Jan Brueghel II (1601-1678) en Ambrosius Brueghel (1617-1675). Hij wordt in eerste instantie onderricht door zijn grootmoeder Mayken Verhulst (Ca.1518-ca.1599), die hem met waterverf leert werken. Brueghel wordt beïnvloed door het werk van zijn vader en is de leermeester van Daniël Seghers (1590-1661).

Brueghel is een succesvol en invloedrijk kunstenaar die aantreedt als hofschilder van de aartshertogen Albrecht en Isabella, een levenslange relatie met kardinaal Federico Borromeo (1564-1631) in Milaan onderhoudt en die opdrachten van keizer Rudolf II en Sigismund III, koning van Polen, krijgt. Hij is zeer productief en heeft de leiding over een groot atelier.

Brueghel is een stillevenspecialist en werkt vaak samen met andere kunstenaars zoals Tobias Verhaecht (1561-1630), Joos de Momper II (1564-1635), Hans Rottenhammer I (1564-1625), Peter Paul Rubens (1577-1640), Hendrick van Balen I (1573-1632), Sebastiaan Vrancx (1573-1647) en Frans Francken II (1581-1642). Zijn rol in de samenwerking bestaat hoofdzakelijk uit de schildering van het landschap en/of stillevenachtige partijen.

Een van Brueghels bijnamen is Fluwelen Brueghel omwille van zijn meesterschap op het vlak van de stofuitdrukking. Hij is een vernieuwer van het stilleven, met name van het bloemstilleven. Aan de detaillistische en virtuoze kunst van Brueghel ligt een zeer precieze techniek ten grondslag. Hij is bijzonder vaardig op kleine schaal, wat zijn werk vaak de kwaliteit van een miniatuur geeft. Brueghels bloemenvazen en bloemenkransen dragen het vanitasmotief in zich. Hij respecteert de bloeitijden niet en gaat bij de studie van de natuur analytisch te werk.

Brueghel is een van de vernieuwers van de landschapsschilderkunst en introduceert verschillende variaties op het woudlandschap en het paradijslandschap, waarin hij diagonale vergezichten verwerkt. De schilder waagt zich ook aan stadsgezichten, zeegezichten, havens, helletaferelen en jachtstukken. Aan het begin van de zeventiende eeuw vervaardigt hij minutieus gearrangeerde allegorische kunstkamers, en is hiermee een van de vroegste beoefenaars van het genre. Ook cycli als de vier elementen, de vier seizoen en de 5 zintuigen worden vervaardigd.

1568

Jan Brueghel I wordt in Brussel geboren.

1578

Zijn grootmoeder Mayken Verhulst ontfermt zich over de kleinkinderen na het overlijden van hun moeder. Ze verhuizen naar Antwerpen en Brueghel leert van haar werken met waterverf. Werken met olieverf leert hij bij Peeter Goetkint (gestorven 1583).

1589-1596

Brueghel trekt via Keulen naar het Italisch schiereiland.

1590

De kunstenaar is aanwezig in Napels.

1592-1594

Brueghel verblijft in Rome en heeft goede contacten met collega-kunstenaar Paul Bril (1554-1626). Brueghel is onder meer in dienst van kardinaal Ascanio Colonna.

1595-1596

Brueghel is aanwezig in Milaan. Hij levert er werk voor kardinaal Federico Borromeo met wie hij een lange en succesvolle professionele band heeft.

1596

De kunstenaar is aanwezig in Antwerpen. Hij zal tot aan zijn dood bijna uitsluitend in Antwerpen actief zijn.

1597

Jan Brueghel I wordt als vrijmeester opgenomen in het Sint-Lucasgilde in Antwerpen.

23 januari 1599

Isabella de Jode en Jan Brueghel I worden in de echt verbonden in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.

13 september 1601

Zijn eerste zoon, de latere schilder Jan Brueghel II, wordt geboren. Rubens is zijn peetvader.

4 oktober 1601

De kunstenaar wordt als volgt ingeschreven in de poortersboeken van Antwerpen: "4 Octobris 1601, Jan Bruegel, Peetersone, schilder, van Bruessele". Eerder dat jaar in september is Brueghel als deken van het Sint-Lucasgilde verkozen, maar de benoeming blijft uit omdat hij geen burger van Antwerpen is. Via de inschrijving in de poortersboeken wordt met die situatie komaf gemaakt en in 1601 wordt Brueghel deken.

1602

Brueghel wordt opnieuw als deken verkozen.

1603

Paschasia Brueghel wordt geboren. Rubens is haar peetvader. Isabella de Jode sterft. Men neemt aan dat tussen de geboorte van Paschasia en haar overlijden een oorzakelijk verband bestaat.

Zomer 1604

Brueghel bezoekt Praag.

20 september 1604

De kunstenaar koopt het huis De Meerminne in de Lange Nieuwstraat in Antwerpen.

April 1605

Jan Brueghel I trouwt met Catharina van Mariënburg. Het echtpaar krijgt 8 kinderen.

1606, 1609, 1610 en 1613

De kunstenaar is aanwezig in Brussel en is hofschilder van de aartshertogen Albrecht en Isabella.

28 augustus

Van het hof in Brussel ontvangt Brueghel 3625 gulden voor het vervaardigen van verschillende werken.

Oktober 1610

Rubens neemt voor het eerst de rol van secretaris ten overstaan van zijn vriend Brueghel waar. Tussen 1610 en 1625 zal Rubens circa 25 brieven in naam van Brueghel schrijven. Alle zijn bestemd voor kardinaal Borromeo.

Circa 1612-1613

Zijn vriend Peter Paul Rubens schildert Jan Brueghel en zijn familie (Courtauld Institute, Londen).

1613

Brueghel reist met Rubens en Hendrick van Balen I naar de Noordelijke Nederlanden.

1614

Hertog Johan Ernest van Saksen bezoekt Brueghel en Rubens in hun atelier.

27 augustus 1615

Vier van zijn schilderijen worden door de Antwerpse stadsmagistratuur aangeboden aan de aartshertogen Albrecht en Isabella.

1618

De Antwerpse stadsmagistratuur geeft aan 12 belangrijke schilders uit de stad de opdracht om werk te maken voor de aartshertogen Albrecht en Isabella. Onder leiding van Brueghel werkt men aan een cyclus rond de Allegorie van de vijf zintuigen. Het deelnemersbestand bestaat uit kunstenaars zoals Rubens, Frans Snijders (1579-1657), Frans Francken II, Joos de Momper II, Hendrick van Balen I en Sebastiaan Vrancx. Een brand in 1713 vernielt de werken.

9 maart 1619

De kunstenaar koopt een derde huis: Den Bock in de Antwerpse Arenbergstraat.

6 augustus 1623

Clara Eugenia, een van Brueghels dochters, wordt gedoopt. Aartshertogin Isabella en kardinaal Borromeo zijn doopmeter en -peter.

13 januari 1625

Jan Brueghel I overlijdt in Antwerpen aan de gevolgen van cholera.

3 juni en 23 juni 1627

Jans erfenis wordt verdeeld onder zijn vrouw en de kinderen uit zijn beide huwelijken. Rubens, Paulus van Halmaele (1586-1643), Hendrick van Balen I en Cornelis Schut (1597-1655) voeren zijn laatste wilsbeschikking uit. Rubens wordt voogd over de kinderen Brueghel.


Matthias Depoorter