Anthony van Dyck, Zelfportret, privéverzameling.

Bruiklenen voor het Rubenshuis

Hoge prijzen op de kunstmarkt zorgen ervoor dat musea in België amper nog topwerken kunnen aankopen. Sinds enkele jaren gaat het Rubenshuis in Antwerpen actief op zoek naar langdurige bruiklenen uit privéverzamelingen of openbare collecties. Het Rubenshuis voegt zo zeven schilderijen aan de collectie toe.

Zelfportret Van Dyck

Onlangs dook een onbekend zelfportret van Anthony van Dyck (1599-1641) in de kunsthandel op. Het schilderij werd voordien aan een navolger toegeschreven. Het Rubenshuis in Antwerpen krijgt het portret voor lange tijd in bruikleen.

Van Dyck was de beroemdste discipel uit de stal van Peter Paul Rubens (1577-1640). Rubens noemde hem onomwonden zijn beste leerling. Het wonderkind van Dyck werkte in een razend tempo aan een bijzonder welgevuld oeuvre. Hij is samen met Rubens een van de bepalende figuren van de barok in de Zuidelijke Nederlanden.

Van Dyck schilderde het bewuste zelfportret in opdracht van de Engelse koning Charles I. Zelfportretten van succesvolle kunstenaars waren gegeerde objecten voor kunstverzamelaars. Charles I had zelf een kleine, maar uitgelezen collectie zelfportretten van Titiaan, Bronzino, Giulio Romano, Rubens en Van Dyck. De koning had een enorme bewondering en genegenheid voor zijn hofschilder. Dat blijkt uit zijn woorden op Van Dycks graf in Londen:
‘Anthony van Dyck, who while he lived gave immortality to many'.

Het zelfportret in het Rubenshuis lijkt bijzonder goed op dat van The National Portrait Gallery in Londen. De snor van de kunstenaar wijst in dit portret echter naar boven, wat het formele karakter verhoogt. De hangende snor op het werk uit Londen is een stuk informeler. Men vermoedt dat Van Dyck dit portret voor zichzelf vervaardigde. De schilder koos zelf hoe hij gezien wilde worden. Profilering en ijdelheid zijn van alle tijden.

Door overschilderingen en het feit dat het werk later omgevormd werd tot een rechthoekig schilderij, schreven specialisten het doek tot voor kort toe aan navolgers. Onderzoek wijst uit dat het om een eigenhandige Van Dyck zou gaan.

Andere bruiklenen

Het intrigerende werk De laster van Apelles van Maerten de Vos (1532-1603) werd nooit eerder tentoongesteld. Deze week kreeg het een internationale première in het Rubenshuis. In het voorjaar van 2019 versterkt het de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA). Op dat moment heropent het KMSKA dat gesloten is voor renovatiewerken.

Daarnaast worden ook twee werken van Frans Pourbus de Jonge (1569-1622) aan het Rubenshuis in bruikleen gegeven. Pourbus schilderde een gedetailleerd portret van Elisabeth van Frankrijk en van Ferdinando Gonzaga. Een andere bruikleen is van de hand van Jan Cossiers (1600-1671). Het is het levensechte portret van een jongeman. Zowel Pourbus als Cossiers waren zakenrelaties van Rubens. Midden maart wordt nog een Jupiterkop van Van Dyck toegevoegd als tijdelijke aanwinst. Die kop herkennen we ook in de compositie van Jupiter en Antiope door Van Dyck. Van dit schilderij zijn twee versies bekend die zich bevinden in de collecties van het Wallraf-Richartz Museum in Keulen en het Museum voor Schone Kunsten in Gent.

Zoals veel meesters maakte Jacob Jordaens (1593-1678) meerdere studies naar levende modellen. Die expressieve ‘koppen' gebruikte hij later in zijn schilderijen. Zo'n studiekop van een oude vrouw vervoegt de collectie van het Rubenshuis.

(Nieuwsbericht 10 maart 2016)