Abraham Grapheus - Cornelis de Vos - 1620

Kunstwerken met hetzelfde trefwoord

Portret van Karel Wouters - anoniem - 1601 - 1700
De Vierschaar van de Brabantse Munt in Antwerpen - Maerten de Vos - 1594
Portret van Hendrik Franssens, deken van het Brugse chirurgijnsambacht - Jacob van Oost II - 1675 - 1713
Portret van een vrouw - Cornelis de Vos
Portret van een familie - Cornelis de Vos - 1631
 Gaspard Gevartius - Peter Paul Rubens - 1628
Studies van de kop van Abraham Grapheus - Jacob Jordaens I - 1620 - 1621
Portret van K. de Meulenaere - anoniem - 1699
Portret van Adriaan Anchemant (°1640 - +1718) - Jacob van Oost II - 1695
De reuk - Gonzales Coques
Zelfportret - Peter Paul Rubens - 1630
Elisabeth of Cornelia Vekemans - Cornelis de Vos - circa 1625

Abraham Grapheus

Kunstenaar: 
Cornelis de Vos
Datering: 
1620
Materiaal: 
olieverf op paneel
Afmetingen: 
102.0 cm x 120.0 cm
Inventarisnummer: 
104
Museum:
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
Subcategory:
17de eeuw
Type:
Schilderij

Abraham Grapheus was schilder, maar kende weinig succes. Misschien daarom dat hij zich kandidaat stelde voor de functie van 'knaep' in de Antwerpse Sint-Lucasgilde. Deze taak bestond uit het aanvullen van de gildenboeken, gildenbroeders informeren over andere gildenleden, veilingen organiseren bij sterfgevallen van collega's en het verzorgen van de tafeldienst bij het patroonsfeest. Op zijn borst ziet men breuken, een reeks zilveren platen die aan een sierketting vastgemaakt zijn. Op één van de breuken ziet men een ossenkop, het symbool voor de heilige Lucas. Daaronder wordt het wapen van het gilde afgebeeld. Grapheus heeft een kelk in de hand met de portretten op van de legendarische rolmodellen voor de meesterschilder. De knop van het deksel wordt gevormd door een ossenkop. De rechtse kelk op tafel is bekroond met Pictura, de personificatie van de schilderkunst. Cornelis de Vos maakte dit portret waarschijnlijk in 1619-1620, toen hij deken was van de Sint-Lucasgilde. Hij zocht inspiratie in portretstudies van Abraham Grapheus door Jacob Jordaens en Anthony van Dyck, voor wie die ook als model fungeerde. Ook typologisch waren er een aantal voorbeelden voorhanden, zoals van Frans Floris of Gillis Coignet.