Abraham Grapheus - Cornelis de Vos - 1620

Kunstwerken met hetzelfde trefwoord

Twee vrouwenkoppen en torso van een krijger - Jacob Jordaens I - 1620 - 1623
De schilder Marten Pepijn - Anthony van Dyck
Portret van een familie - Cornelis de Vos - 1631
Portret van N. van Nieuwenhove - anoniem - 1601 - 1700
Portret van Johannes Despars (°1524 - +1622) - anoniem - 1601 - 1700
Portret van Olivarius de Wree (°1596 - +1652) - anoniem - 1641
Familieportret - Cornelis de Vos - circa 1630 - 1635
Drie vrouwen bij het Graf - links Maria Magdalena - rechts Zuster M. Verguyt - anoniem - 1645
Voogdenportret van J. Vandevelde - anoniem - 1601 - 1700
 Gaspard Gevartius - Peter Paul Rubens - 1628
Portret van Vincent Stochove (°1605 - +1679) - Jacob van Oost I - 1601 - 1700
De stervende Seneca - Peter Paul Rubens - 1612 - 1614

Abraham Grapheus

Kunstenaar: 
Cornelis de Vos
Datering: 
1620
Materiaal: 
olieverf op paneel
Afmetingen: 
102.0 cm x 120.0 cm
Inventarisnummer: 
104
Museum:
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
Subcategory:
17de eeuw
Type:
Schilderij

Abraham Grapheus was schilder, maar kende weinig succes. Misschien daarom dat hij zich kandidaat stelde voor de functie van 'knaep' in de Antwerpse Sint-Lucasgilde. Deze taak bestond uit het aanvullen van de gildenboeken, gildenbroeders informeren over andere gildenleden, veilingen organiseren bij sterfgevallen van collega's en het verzorgen van de tafeldienst bij het patroonsfeest. Op zijn borst ziet men breuken, een reeks zilveren platen die aan een sierketting vastgemaakt zijn. Op één van de breuken ziet men een ossenkop, het symbool voor de heilige Lucas. Daaronder wordt het wapen van het gilde afgebeeld. Grapheus heeft een kelk in de hand met de portretten op van de legendarische rolmodellen voor de meesterschilder. De knop van het deksel wordt gevormd door een ossenkop. De rechtse kelk op tafel is bekroond met Pictura, de personificatie van de schilderkunst. Cornelis de Vos maakte dit portret waarschijnlijk in 1619-1620, toen hij deken was van de Sint-Lucasgilde. Hij zocht inspiratie in portretstudies van Abraham Grapheus door Jacob Jordaens en Anthony van Dyck, voor wie die ook als model fungeerde. Ook typologisch waren er een aantal voorbeelden voorhanden, zoals van Frans Floris of Gillis Coignet.