Jacob Jordaens I

Jacob Jordaens I, ‘Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen’Jacob Jordaens I is een Antwerpse schilder, tekenaar en tapijtontwerper. Hij is een leerling van de schilder Adam van Noort (1562-1641), van wie ook Peter Paul Rubens (1577-1640) onderricht krijgt.

Van het illustere drietal van de barok in de Zuidelijke Nederlanden (samen met Rubens en Anthony van Dyck (1599-1641)) is Jacob Jordaens de minst bekende, relatief gezien de minst bestudeerde en de minst invloedrijke. Jordaens wordt lang als een epigoon van Rubens beschouwd, maar dat is een foutieve stelling. Alhoewel zijn aanwezigheid in het Rubensatelier niet archivalisch gestaafd is, zien vele kunsthistorici in hem een leerling van Rubens. Het staat vast dat de kunstenaar opdrachten in onderaanneming voor Rubens uitvoert.

Jordaens' opdrachtgevers komen voornamelijk, maar niet exclusief uit het rijke patriciaat. Zeer weinig opdrachten zijn afkomstig uit adellijke hoek. Zelf zal Jordaens ook nooit verheven worden in de adelstand. Na het overlijden van Rubens in 1640 wordt Jordaens de belangrijkste kunstenaar van de Scheldestad. De vele opdrachten, ook van kerkelijke opdrachtgevers, hebben als gevolg dat er kwaliteitsverlies optreedt en nogal wat atelierwerk in omloop is, waaronder replieken van zijn populaire genrestukken.

Rubens oefent een sterke en blijvende invloed op Jordaens' kunst uit. Het is onder meer via Rubens dat Jordaens het caravaggisme leert kennen, wat blijkt uit een opmerkelijk clair-obscur waarmee hij zijn figuren modelleert en verzadigde kleuren. Jordaens is een voorstander van taferelen met veel figuranten, ook al bezit hij geen groot compositorisch talent. Met de perspectiefregels gaat hij eigenzinnig om.

Jordaens verstaat de kunst om populaire, aan de volkse cultuur gerelateerde elementen te koppelen aan de meer verheven historieschilderkunst. Die volkse toets laveert soms op het randje van het karikaturale met personages die zeer uitbundig zijn. Zijn kunst is duidelijk minder geïdealiseerd dan die van Rubens en van Dyck.

De kunstenaar staat bekend om zijn dichtbevolkte composities en genrestukken die monumentaal groot geschilderd zijn zoals De koning drinkt en Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Omwille van dergelijke genrestukken heeft men de schilder al te zeer met de genreschilderkunst vereenzelvigd. Ook al genoot Jordaens geen humanistische opleiding zoals Rubens, of trok hij nooit naar het Italisch schiereiland om de antieken te bestuderen, toch vervaardigt hij een substantieel aantal mythologische werken. Naast een genrespecialist is Jordaens ook een uitstekend portrettist, landschapsschilder, historieschilder en ontwerper van tapijten.

Jacob Jordaens is een vermogend en succesvol kunstenaar die een gezegende leeftijd bereikt. Zijn carrière is lang en zijn oeuvre verscheiden.

20 mei 1593

Jacob Jordaens wordt in Antwerpen geboren.

1607

Jordaens is vanaf zijn veertiende levensjaar in de leer bij Adam van Noort. Nog voor hij vrijmeester wordt, produceert Jordaens werk voor de vrije markt. Deze vroege werken vertonen een verwantschap met het oeuvre van Hendrik van Balen I (1573-1632) en Rubens.

1615

Jordaens wordt als meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde opgenomen. Men noemt hem een waterschilder (waterverfschilder). Later schildert Jordaens met olieverf, maar blijft de waterverftechniek gebruiken om schetsen te maken.

Na 1615

De schilder vervaardigt in deze periode veel werken van groot formaat met onder andere mythologische en allegorische verhaalstof zoals De roof van Europa (Staatliche Museen, Berlijn). Voor de Sint-Pauluskerk in Antwerpen schildert hij de Wonderbare visvangst.

In deze periode zou er contact zijn met het Rubensatelier.

15 mei 1616

Jordaens wordt in de echt verbonden met Catharina van Noort (gestorven 1659), de dochter van zijn leermeester Adam van Noort. Het koppel krijgt 3 kinderen: Elizabeth, Jacob II Jordaens (1625-na 1650) en Anna Catharina.

1616

De aanbidding door de herders (Metropolitan Museum of Art, New York) bezit caravaggistische licht- en donkereffecten die Jordaens hoogstwaarschijnlijk via Rubens leert kennen. Een vergelijkbaar werk is aanwezig in de collectie van het KMSKA (Antwerpen).

1616-1617

Jordaens wordt lid van het Gilde van de Armenbus. Het gilde was een soort van ziekenfonds voor zieke kunstenaars.

1617

Jacob Jordaens schildert De dochters van Cecrops vinden het slangenkind Erichthonius. (KMSKA, Antwerpen)

1619-1623

In de werken vanaf 1619 wordt Jordaens' band met het caravaggisme duidelijker. In deze periode ontstaan mythologische schilderijen zoals Sater en boer (Alte Pinakothek, München) en De allegorie van de vruchtbaarheid (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel).

28 september 1621

Jordaens wordt deken van het Antwerpse Sint-Lucasgilde.

1628

Na 1628 slaat Jordaens een nieuwe stilistische richting in en brengt meer dramatiek in zijn werken. In 1628 schildert hij in dat opzicht Het martelaarschap van de Heilige Appollonia voor de Augustinuskerk in Antwerpen. (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)

1635

Jordaens wordt door Rubens samen met andere kunstenaars ingehuurd om op basis van olieverfschetsen allegorische en mythologische stukken te vervaardigen voor de Blijde Intrede van kardinaal-infant Ferdinand in Antwerpen (Pompa Introitus Ferdinandi).

1636-1638

Samen met andere kunstenaars werkt Jordaens, naar olieverfschetsen van Rubens, aan de mythologische decoraties van het jachtpaviljoen Torre de la Parada van Filips IV nabij Madrid.

1638

Jordaens schildert de eerste versie van Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. (KMSKA, Antwerpen) In dezelfde periode ontstaat De koning drinkt (Schloss Wilhelmshöhe, Kassel).

1639-1640

Karel I, koning van Engeland, bestelt een cyclus van 22 schilderijen over de geschiedenis van Psyche die het kabinet in Queen's House in Greenwich moet tooien. Slechts 8 werken bereiken ooit het koninklijke hof.

Circa 1640-1650

De Bacchus uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen ontstaat in deze periode.

22 september 1644

Jordaens wordt gecontacteerd om een tapijtenserie gewijd aan spreekwoorden te ontwerpen. Twee kartons worden bewaard in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs.

21 april 1648

Jordaens krijgt de opdracht om 35 grote plafondschilderingen te maken voor het kasteel van koningin Christina van Zweden (1626-1689) in Uppsala (Zweden). Het staat niet vast dat Jordaens de opdracht tot een goed einde brengt en de werken ooit hun bestemming bereiken.

25 augustus 1648

Martinus van Langenhoven, een klant van Jordaens, beschuldigt de kunstenaar ervan hem niet-authentieke schilderijen verkocht te hebben. Jordaens verklaart dat het om atelierwerk gaat dat hij finaal heeft bijgewerkt.

Circa 1651

Amalia van Solms (1602-1675), echtgenote van stadhouder prins Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647), laat in 1645 het buitenverblijf Huis ten Bosch (Den Haag) optrekken. Verschillende kunstenaars uit de Nederlanden worden in de arm genomen. Jordaens schildert voor de Oranjezaal De triomf van de Tijd en De Triomf van Prins Frederik Hendrik. Van dat laatste monumentale werk bevindt zich een olieverfschets in de collectie van het KMSKA in Antwerpen. (twee andere zijn aanwezig in Brussel en Warschau)

Circa 1650-1655

Een half uitgewist wapenschild op het altaarstuk Maria-Tenhemelopneming draagt de inscriptie Dono Dedit V.D. Venne. Het is een verwijzing naar de schenkers: de familie Van de Venne. (MSK, Gent) In een van de apostelen rechts op het doek is vermoedelijk de figuur van Abraham Grapheus te herkennen. Grapheus' karakterkop duikt in verschillende olieverfstudies van Jordaens op. (MSK, Gent)

Circa 1656

De kunstenaar bekeert zich op late leeftijd tot het calvinisme.

18 oktober 1678

Jordaens sterft in Antwerpen. Hij wordt begraven op het protestantse kerkhof van Putte.

Matthias Depoorter