François du Quesnoy

François du Quesnoy, ‘Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen’François du Quesnoy is een in Brussel geboren beeldhouwer en tekenaar en stamt uit een kunstenaarsfamilie. Zijn vader en leermeester is de beeldhouwer Hieronymus du Quesnoy I (Circa 1570-1641-1642). du Quesnoy is de broer van de beeldhouwer en architect Jerôme du Qesnoy II (1602-1654).

du Quesnoy werkt bijna zijn gehele loopbaan in Rome en staat er bekend als Franceso Fiammingo. De kunstenaar behartigt er de belangen van de Vlaamse kolonie en is lid van de Academia di San Luca en van de elitaire Virtuosi al Pantheon. Du Quesnoy woont in hetzelfde huis als Nicolas Poussin (1594-1665).

In het begin van zijn carrière maakt du Quesnoy kleine beeldjes voor de vrije markt en restaureert antieke sculpturen. Hij zou beroemde werken zoals de Rondanini Faun (Victoria and Albert Museum, Londen) onder handen genomen hebben. De beeldhouwer maakt kleinschalige kopieën naar bekende werken zoals de Torso Belvedere en de Laocoön en staat bekend om zijn talent om kinderen te beeldhouwen, waardoor hij de naam krijgt een puttikunstenaar te zijn. Romeinse connaisseurs zijn geïnteresseerd in de jonge du Quesnoy die onder de invloed van het patronaat van de familie Barberini komt. Hij heeft contact met Cassiano dal Pozzo, secretaris van kardinaal Francesco Barberini voor wie hij het bas-reliëf De slaap van Silenus maakt. (Eigenhandige bronzen kopie aanwezig in het Rubenshuis, Antwerpen)

De beeldhouwer du Quesnoy is een belangrijke vertegenwoordiger van de classicistische en monumentale tak van de barok die in Rome vanaf de jaren 1620 succes kent. Deze kunstenaars, onder wie Domenichino de belangrijkste is, volgen het voorbeeld van de Bolognees Annibale Carracci (1560-1609).

Du Quesnoy assisteert Gianlorenzo Bernini (1598-1680) bij diens monumentale baldakijn in de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Hij is verantwoordelijk voor de putti. Bernini zorgt ook voor de opdracht van de Heilige Andreas, een van de 4 sculpturen in een nis aan de voet van de pijlers onder de koepel van de Sint-Pietersbasiliek. Deze prestigieuze opdracht duidt op de renommee van de kunstenaar in Rome, toentertijd het epicentrum van de kunst.

Du Quesnoy is ook onderlegd in het vervaardigen van gestileerde en tijdloos ogende portretbustes, waarin hij aandacht schenkt aan de realistische stofweergave.

Du Quesnoy heeft de mogelijkheid om directeur van het departement beeldhouwkunst van de nog op te richten Franse academie te worden, maar zijn vroegtijdige dood verhindert dit. In 1633 wordt François Duquesnoy uitgeroepen tot de op een na bekwaamste beeldhouwer in Rome, na Bernini.

1597

François du Quesnoy wordt in Brussel geboren.

1618

Vader Hieronymus du Quesnoy I vraagt een beurs aan bij aartshertog Albert voor het werk dat zijn zoon François mee helpt uitvoeren voor het Brusselse hof.

Augustus 1618

Met de beurs van aartshertog Albert trekt François samen met zijn broer Jerôme du Quesnoy II naar Rome. Naar verluidt gaan de broers na een onenigheid uit elkaar.

1621

Aartshertog Albrecht sterft. Dit betekent de stopzetting van de vergoeding voor du Quesnoy. De kunstenaar beslist om in Rome te blijven, maar ziet zich genoodzaakt om in het atelier van Claude Poussin (gestorven 1661) te arbeiden. De restauraties van antieke sculpturen brengt men ook in verband met het kwijtspelen van de vergoeding en de noodzaak om zijn inkomsten elders te zoeken.

1627

Het Romeinse gilde van de bakkers bestelt bij du Quesnoy een Heilige Suzanne voor de kerk van Santa Maria di Loreto. De kunstenaar werkt het beeld, dat lof oogst bij zijn tijdgenoten, af tussen 1629 en 1633.

1627-1628

Du Quesnoy komt voor het eerst met Gianlorenzo Bernini in contact. Hij helpt hem bij het vervaardigen van de engelen van het baldakijn in de Sint-Pietersbasiliek in Rome.

1629-1639

Bernini is, in opdracht van paus Urbanus VIII, verantwoordelijk voor de opdracht van de Heilige Andreas, een van de 4 monumentale sculpturen in een nis aan de voet van de pijlers onder de koepel van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. De andere kunstenaars zijn Bernini (Heilige Longinus), Andrea Bolgi (1605-1656) (Heilige Helena) en Francesco Mochi (1580-1654) (Heilige Veronica). Andreas' pose is beheerst, maar het beeld oogt barokker dan verwacht wordt van du Quesnoy. Daarvoor moet gewezen worden op Bernini's leiding.

1633

Via Pietro Pescatore, of De Visschere zoals deze Vlaming eigenlijk heet, krijgt du Quesnoy de opdracht om een funerair monument voor Ferdinand van den Eynde te maken. (Santa Maria dell'Anima, Rome). Pescatore stelt du Quesnoy voor aan verschillende kunstkenners, onder wie waarschijnlijk Filippo Colonna. Voor Colonna maakt Duquesnoy een ivoren crucifix, dat later in het bezit komt van paus Urbanus VIII. De paus bestelt vervolgens nog 2 werkjes.

In dit jaar wordt de kunstenaar uitgeroepen tot beste beeldhouwer van Rome, na Bernini.

1639

Samen met Poussin wordt du Quesnoy door kardinaal Richelieu (1585-1642) en Lodewijk XIII (1601-1643) in Parijs uitgenodigd. du Quesnoy krijgt de positie van directeur van het departement beeldhouwkunst in de nog op te richten Académie Royale de Peinture et de Sculpture aangeboden. Pas in 1643 maakt du Quesnoy aanstalten om naar Parijs af te reizen, onder meer omdat hij door de Spaanse autoriteiten het verbod krijgt om voor de koning van Frankrijk te werken.

1642

Antonius Triest (1576-1657), bisschop van Gent, bestelt bij du Quesnoy een grafmonument voor de Gentse Sint-Baafskathedraal, maar de kunstenaar weigert de opdracht omwille van zijn aanstaande reis naar Frankrijk. Duquesnoy maakt evenwel enkele terracotta modellen voor putti. Het monument wordt later door zijn broer Jerôme du Quesnoy II (1602-1654) gemaakt.

19 juli 1643

De kunstenaar reist samen met zijn broer Jerôme naar Frankrijk. François du Quesnoy wordt onderweg ziek en overlijdt in Livorno.

Matthias Depoorter

De slaap van Silenus
1630 - 1640
brons, goud, lapis lazuli